Kunst en cultuur kunnen de magneten zijn die professionals aantrekken en vasthouden. Hoogopgeleide, creatieve mensen wonen graag in steden met een interessant en gevarieerd cultureel aanbod. Liefst op fietsafstand. Want mensen hebben graag het gevoel dat ze spontaan kunnen besluiten ’s avonds naar een concert te gaan. Musea en de podiumkunsten, historisch erfgoed en ook festivals geven een stad een positief imago. Bedrijven trekken graag naar steden die deze kwaliteiten in huis hebben. Hier willen hun medewerkers wonen.
Aandacht (blijven) besteden aan cultuur is dan ook van groot economisch belang. […] Wij merken hoe belangrijk een prettige leefomgeving is voor de bewoners van de gemeente. Diezelfde bewoners zijn vaak medewerkers binnen onze ondernemingen. […] Wij doen daarom een dringend beroep op de gemeenteraad om het cultuuraanbod in stand te houden. — Ondernemers van Tilburg in een brief aan de gemeenteraad, ondertekend door onder andere ABN AMRO, Interpolis verzekeringen en De Voort, Hermes de Bont Advocaten & Mediators
More than ever before, place matters. […] People want to live in communities that are unique and inspiring to them. — Richard Florida, econoom
Kunst en cultuur zijn voor een stad niet de slagroom op de taart, ze zijn van cruciaal belang voor de aantrekkingskracht van een stad en de lokale economie. […] Het is een van de weinige bewezen effectieve manieren om met lokaal beleid de aantrekkingskracht van een stad te vergroten, en de lokale economie te stimuleren. Minder geld voor cultuur kan de stad op lange termijn dan ook veel kosten. — Gerard Marlet, econoom en medeauteur Atlas voor Gemeenten
Kunst en cultuur dragen bij aan het innovatievermogen van bedrijven en hun werknemers. Kunst gaat over verbeeldingskracht en creativiteit. Het zijn twee basisingrediënten van innovatie. Creatieve professionals met verbeeldingskracht zijn in staat om nieuwe ideeën te bedenken. Als deze ideeën worden vertaald in een nieuw product, een nieuwe dienst of een alternatief businessmodel, dan is er sprake van innovatie. Het levert bedrijven direct concurrentievoordeel op.
Innovation is the central issue in economic prosperity. — Michael Porter, econoom, Harvard Business School
Misschien wel 95% van de energie van alle organisaties gaat zitten in het op orde krijgen van de operationele processen. […] Een bedrijf dat vandaag de dag wil meedoen moet scoren op die overige 5%. En juist daarin kunnen kunstenaars het verschil maken omdat ze iets toevoegen dat wezenlijk anders is: minder ingekapseld en creatiever. — Het Financieel Dagblad. Interview met Jo Houben, directeur Kunstenaars & CO
Kunst en cultuur vormen de afdeling Research & Development van het creatieve bedrijfsleven. Zo laten ontwerpers, architecten, game-ontwikkelaars en modeontwerpers zich direct inspireren door de kunsten. En de producten die zij afleveren hebben steeds meer weg van kunstuitingen. Denk maar aan de iPhone van Apple, de mode van Victor en Rolf of aan Het Vogelnest, het Olympisch Stadion in Peking van architectenbureau Herzog & de Meuron. Kunst en cultuur voeden het creatieve bedrijfsleven en daarmee de economie.
Kunst en cultuur als voeding voor het creatieve bedrijfsleven. Nu nog een mooi citaat. Wie vult aan?
De creatieve industrie levert een belangrijke bijdrage aan de economie. De kunsten vormen samen met media en entertainment en met de creatieve zakelijke dienstverlening, de creatieve industrie. De toegevoegde waarde van de Nederlandse creatieve industrie in 2008 wordt geschat op 16,9 miljard euro. Dat is ruim 3% van het bruto binnenlands product. Ook presteert de creatieve industrie goed. In de jaren 2004-2007 is de werkgelegenheid in de creatieve sectoren gegroeid met 6%, terwijl de totale werkgelegenheid met gemiddeld 3% toenam.
De creatieve sectoren […] worden internationaal steeds meer beschouwd als motor achter toekomstige economische groei. Niet alleen hebben zij een eigen culturele en economische waarde, zij dragen ook bij aan de dynamiek, vitaliteit en groei in andere sectoren. — Waarde van creatie, Brief Cultuur en Economie 2009, Nederlands Kabinet
Ik geloof direct in een grote indirecte economie die voortkomt uit de kunst en cultuursector, echter ben ik benieuwd naar de bron van dit onderzoek.
Bron van dit onderdeel (economische groei, goed voor 16,9 miljard) is Waarde van creatie, Brief Cultuur en Economie 2009, Nederlands Kabinet, pagina 20. Het is overigens een voorbeeld van directe eonomie. De sector kunst en cultuur creeert hier immers economische waarde.
Welk deel van die 16,9 miljard komt uit kunst, welk deel uit media/entertainment en welk deel uit de creatieve zakelijke dienstverlening? Voor dit betoog kunnen deze 3 onmogelijk op één hoop worden gegooid.
Bezoekers van culturele instellingen betalen voor een toegangsbewijs. Even belangrijk zijn de bestedingen die ze doen rondom hun bezoek. Zo spreken mensen voor aanvang of na afloop van een voorstelling af in een restaurant. En na een museumbezoek verkennen ze het stadscentrum en geven er geld uit in winkels. Een goed voorbeeld is de spin-off die de tentoonstelling Go China! had voor de stad Assen in 2008. Bezoekers van buiten de stad gaven gemiddeld € 38 per persoon uit aan toegangsbewijzen en andere activiteiten in de stad, in totaal € 11,5 miljoen aan extra inkomsten. De middenstand van Assen deed goede zaken.
De bezoekers van een theater, museum of festival geven immers niet alleen geld uit bij de kassa van die culturele instelling, maar ook in de plaatselijke horeca en, als ze van ver komen, in de hotels. Op die manier stimuleren ze de stedelijke economie en de lokale werkgelegenheid. — Gerard Marlet, Muziek in de Stad.
Cultuur gaat om miljarden €. Er zijn in NL 8 miljoen mensen die elke week een vorm van kunstbeoefenen. Bestedingen liggen om minimaal 1,2 miljard Euro. Er werken 1,9 miljoen vrijwilligers in deze sector. Laag geschat kom ik op minimaal 1 miljard € aan tijd = geld investeringen. Bron (Kunstfactor).
Ander goed voorbeeld is Noorderslag/Eurosonic. Rond dit festival zijn alle hotels en restaurants in Groningen volgeboekt.
Kunst en cultuur vormen een bron van werkgelegenheid. Denk aan banen in de sector zelf: mensen werken er in de functie van museumconservator, kassamedewerker, festivalprogrammeur of beveiligingsmedewerker. En denk aan acteurs, musici, dansers, schilders, schrijvers, cineasten en ontwerpers. Ook creëren kunst en cultuur werkgelegenheid bij marktpartijen die diensten en producten leveren aan de sector. Theaters kopen een nieuwe lichtinstallatie en musea vragen architecten en bouwbedrijven een nieuwe vleugel te bouwen. Bovendien leveren kunst en cultuur banen op bij bedrijven die geld verdienen aan bezoekers van culturele activiteiten, zoals de horeca, winkels en vervoersbedrijven. Meer werk dus door kunst en cultuur, want kunst en cultuur zijn van nature arbeidsintensief.
New York mag zich gelukkig prijzen dat het naast de conventionele economie ook de culturele economie heeft. Wall Street levert natuurlijk veel meer op aan inkomsten, maar op het gebied van de werkgelegenheid dragen ze allebei evenveel bij aan de directe werkgelegenheid, namelijk rond de 5 procent. Eindelijk zal de ‘Warhol-economie’ op zijn harde economische waarde worden geschat. — Elizabeth Currid, assistent-professor aan de School of Policy and Planning, University of Southern California en schrijfster van het boek The Warhol Economy: How Fashion, Art & Music Drive New York City.
Please Install Flash player
Reageer